Training algemeen

Nagenoeg elke automonteur zal je vertellen dat het niet verstandig is om je auto vol op z’n staart te trappen na een nacht stil te hebben gestaan in de kou. De monteur weet dat de motor van je auto pas optimaal functioneert als de vloeistoffen de tijd hebben gehad om op te warmen zodat ze efficiënt kunnen circuleren. Het is onbegrijpelijk dat nog steeds zo weinig sporters deze logica toepassen op hun eigen lichaam.

Warming-up

Een goede warming-up vergoot de bewegingsvrijheid in je gewrichten en het vergroot de stabiliteit in je gewrichten, waardoor de kans op blessures drastisch wordt vermindert. Daarnaast activeert het je centrale zenuwstelsel, zodat je spieren zijn voorbereid op actie en zware belasting. Om nog maar niks te zeggen over de mentale functie van een gedegen warming-up!
Het statisch rekken, zoals nog zeer veel gedaan wordt in de warming-up, blijkt al enkele jaren bewezen niet effectief te zijn in het voorkomen van (spier)blessures in zijn algemeenheid. Uit onderzoek is gebleken dat statisch rekken ten koste gaat van (een deel van) de explosiviteit van spieren!

Met de komst van Join(t) Forces is er nu een uitstekend alternatief voor de warming-up die zowel blessurepreventie werkt als prestatiebevorderent!

Trainingsleer

Kennis van trainingsleer is belangrijk om er zeker van te zijn dat de oefeningen een training worden en dat er adaptatie (gewenning) optreedt van het lichaam van je spelers. Training is een continu proces van het toedienen van trainingsprikkels aan het lichaam. Prikkels die de regelprocessen van het lichaam zodanig moeten beïnvloeden, dat er een verhoogd prestatievermogen ontstaat. De eisen waaraan deze prikkels moeten voldoen zijn onderdeel van de trainingsleer. Als ze te hoog in intensiteit en/of te groot in omvang zijn en/of er te weinig hersteltijd tussen de trainingsprikkels zit, kan overbelasting ontstaan.
De Amerikaanse psycholoog K. Anders Ericsson ontdekte ooit de 10.000 uur-regel. Volgens hem moest je 10.000 uur investeren in een activiteit om daar heel erg goed in te worden. Dit betekent dat er jarenlange training nodig is om bewegingen en technieken te verfijnen. Overigens staat deze regel de laatste jaren ter discussie.

Het coachen en trainen is niet iets wat je er zomaar even bij doet. Je moet je voortdurend afvragen hoe een training (en een wedstrijd) is verlopen. Wat wil je de spelers leren? Hoe wil je ze dat leren? Is er vooruitgang te zien? Het continue evalueren is een tijdrovende factor.

Een goede korfballer ontstaat door een optimale samenvoeging van techniek, tactiek, conditie en mentale instelling. Mis je er één, dan wordt de rest automatisch zwakker

Trainen geven

Het belangrijkste aspect bij een training is de beleving ervan. Een training moet niet alleen leerzaam zijn, maar ook leuk. De spelers moeten steeds met plezier naar het korfbalveld komen. Het speelse karakter bij de jongste jeugd moet geleidelijk overgaan in prestatiegericht werken bij de oudere jeugd en senioren. Tijdens iedere training dienen de hier genoemde vier elementen telkens terug te komen.

Korfbaleigen bedoelingen

  • Zoveel mogelijk gebruik maken van de bal (ook tijdens de warming-up bij F en E).
  • Spelen om te winnen: doelpunten maken en voorkomen.
  • Werken in afgebakende ruimten (veld is namelijk ook afgebakend).
  • Wedstrijdgerichte oefeningen.

Veel herhalingen

  • Terug laten komen van bepaalde oefenvormen.
  • Veel beurten tijdens een oefenvorm.
  • Oefenen, oefenen, oefenen! (oefening baart kunst).

Trainingen afstemmen op de groep

  • Rekening houden met leeftijd, capaciteiten, fysieke mogelijkheden, etc.
  • Rekening houden met kwaliteitsverschillen binnen de groep.
  • Oefenvormen zo nodig aanpassen.

Juiste coaching

  • Motiveren.
  • Spelers beïnvloeden (iets leren).
  • Spel beïnvloeden (op bepaalde manier laten spelen).
  • Aanwijzingen geven, ingrijpen (spel stil leggen/bevriezen, voordoen, vragen stellen).
  • Gebruiken van eenduidige coachtermen.

Naast deze elementen hoort bij iedere korfbaltraining als vanzelfsprekend weerstand. Te denken valt aan weerstand door:

  • De bal                                         – beheersing van de bal
  • De tegenspeler                         – aangaan van duels
  • De medespeler                         – samenspel
  • De spelregels                            – omgaan met de spelregels
  • Ruimte                                       – hoe minder ruimte, hoe moeilijker het spel
  • Tijd                                              – handelingssnelheid

Omdat er tijdens wedstrijden sprake is van deze ‘korfbalweerstanden’, dienen deze ook tijdens trainingen terug te komen. Spelers moeten deze weerstanden namelijk leren kennen en er mee leren omgaan, zodat ook in wedstrijden (onder druk van de tegenstander) een goed resultaat neergezet kan worden.

Trainingsmethoden bepalen

Voor een effectieve prestatietoename moeten trainingsmethoden worden gebruikt die overeenkomstige eisen stellen als in de wedstrijdsituatie. Het kiezen van de meest geschikte trainingsmethoden voor een tak van sport verloopt daarom altijd via de volgende stappen:

  1. Analyse van de tak van sport qua bewegingen en intensiteit.
  2. Bepalen van de grondmotorische eigenschappen (uithoudingsvermogen, kracht, snelheid, lenigheid en coördinatie).
  3. Bepaling van de energieleverende systemen en de periode waarin deze gedurende een wedstrijd worden belast.
  4. Analyse van de specifieke bewegingen.
  5. Bepalen van de actieve spiermassa (buig- en strekketen van heup en knie, rompsspieren, armspieren bij het schieten).
  6. Bewegingssnelheid (laag/matig/hoog)
  7. Kiezen van één of meerdere trainingsmethoden, die de eerder bepaalde energiesystemen beïnvloeden.
  8. Afstemmen van de dosering binnen een dergelijke methode op de trainingstoestand van de sporter(s).
Print Friendly, PDF & Email