Motorisch leren

Trainingsprogramma’s worden meestal gemaakt door de trainer. De trainer of coach bepaald de oefenvormen, de duur van de oefenvormen en de aard en vorm van feedback die hij geeft. Het is echter maar de vraag of deze werkwijze tot het beste leerresultaat leidt.

Zelfgestuurd leren

Recent onderzoek naar motorisch leren geeft aan dat dit niet zo is. Het blijkt zinvoller om de sporters meer regie te geven over hun eigen leerproces en de inrichting daarvan. Ook wel het ‘zelfgestuurd leren’  genoemd. Zelfregulatie is het proces van doelen stellen, plannen, regelmatig controleren wat de vorderingen zijn en terugkijken op het proces, om daarvan te leren voor de toekomst. Hiervoor zijn kennis van je eigen sterke en zwakke punten (reflectie), inzet en vertrouwen en geloof in jezelf (self-efficacy) van groot belang. Sporters die hier regelmatig mee bezig zijn blijken over het algemeen succesvoller dan sporters die dit niet of nauwelijks doen (Jonker, 2011).

Voor wat betreft feedback blijkt uit onderzoek dat het waardevoller is dat het lerende individu bevestigd krijgt het juiste te doen en op de goede weg te zijn. Het is daarom aan te raden met name feedback te geven op succesvolle pogingen. Oud onderzoek uit 1970 toonde toen al aan dat stimulering van gewenst gedrag (‘reinforcement’) tot een beter leerresultaat leidt dan het bestraffen van ongewenst gedrag (‘punishment’). Ook het positief coachen impliceert dit.

Is techniek wel belangrijk?

Bij het motorisch leren speelt de transfer tussen bewegingsvormen een belangrijke rol. De onderlinge transfer tussen bewegingen wordt niet duidelijk door de kern van de beweging (de ideale techniek) te verkennen, maar door de beweging te verstoren en op een dynamische manier de grens van de bewegingen te verkennen.

Drillen werkt niet, sporters leren meer van rare capriolen – Peter J. Beek

Over het motorisch leren wordt veel geschreven door Peter J. Beek. In het vakblad Sportgericht zijn meerdere artikelen beschreven over verschillende aspecten van het motorisch leren. Hieronder een overzicht van de artikelen die je meer informatie geven over wat motorisch leren nu precies inhoudt en met nieuwe, praktische relevante inzichten in techniektraining. Meer informatie over impliciet vs expliciet leren en interne vs externe focus op de betreffende pagina’s.

Deel 1. Motorisch leren: uitgangspunten en overwegingen
In dit eerste deel worden de algemene uitgangspunten en overwegingen met betrekking tot het thema motorisch leren gepresenteerd.

Deel 2. Motorisch leren: het belang van een externe focus van aandacht
Waarop moeten sporters hun aandacht richten tijdens het uitvoeren en leren van motorische taken? Moeten ze letten op de uitvoering van hun bewegingen of op de effecten daarvan in de omgeving? Of hangt dit af van de taak en het individu?

Deel 3. Motorisch leren: het belang van impliciete kennisopbouw
Wat voor instructies moeten coaches en trainers aan hun sporters geven? Moeten ze expliciete aanwijzingen geven over de wijze waarop bewegingen dienen te worden uitgevoerd? Of verdienen meer impliciete vormen van leren en instructie de voorkeur?

Deel 4. Motorisch leren: het belang van contextuele interferentie
Hoe belangrijk is variatie tijdens het oefenen voor het aanleren van motorische vaardigheden? Kunnen bewegingstechnieken het beste continu herhaald worden, zodat zij goed geautomatiseerd en ‘ingeslepen’ raken?

Deel 5. Motorisch leren: het belang van random variaties in de uitvoering
Moeten sporters altijd proberen je ‘juiste’, extern voorgeschreven bewegingstechniek zo dicht mogelijk te benaderen, zodat dit ‘bewegingsideaal’steeds beter ‘ingeslepen’raakt? Of doen ze er juist goed aan de uitvoeringswijze aanzienlijk te variëren, zodat het brein kan leren van verschillen en de optimale bewegingstechniek zelf kan ontdekken?

Deel 6. Motorisch leren: snelle techniekcorrectie met Old Way New Way
Een sporter heeft na vele jaren training een incorrecte bewegingstechniek ontwikkeld die de prestatie beperkt. Hoe kan deze incorrecte techniek worden vervangen door een nieuwe, betere techniek, zonder dat de oude techniek zo nu en dan weer de kop opsteekt?

Deel 7. Motorisch leren: oefening in combinatie met slapen baart kunst
Een goede nachtrust is van belang voor het leveren van prestaties. Maar wat is de relatie tussen motorisch leren en slaap? Kan slaap motorische leerprocessen bevorderen, en daarmee de prestaties van sporters helpen verbeteren? En zo ja, hoe dan?

Deel 8. Motorisch leren: het belang van observeren en nadoen
Het nadoen van voorbeeldgedrag is een basale vorm van leren bij mensen en dier. Maar waarom eigenlijk? Wat zijn de cognitieve en neurale achtergronden? En hoe kunnen sporters, trainers en coaches hun voordeel doen met wetenschappelijke inzichten op dit gebied?

Deel 9. Motorisch leren: het belang van zelfsturing
Motorische leerprocessen kunnen plaatsvinden op geleide van een trainer of coach, maar kunnen ook door de sporter zelf worden vormgegeven. Hoe kunnen de (nog schaarse) onderzoeksresultaten op dit terrein verklaard worden? En welke lering valt hieruit te trekken voor de sportpraktijk?

Deel 10. Motorisch leren: individuele verschillen en leerstijlen
Mensen bewegen verschillend, maar leren ze ook verschillend? Zo ja, wat zijn dan die verschillen en welke empirische evidentie bestaat daarvoor? Moeten trainers of coaches hun trainingsmethoden laten afhangen van de individuele sporter?

Print Friendly, PDF & Email