Mentaal

Het mentale aspect wordt steeds belangrijker voor het optimaal presteren. Mentale training is het systematisch aanleren en toepassen van vaardigheden waarmee je mentale factoren (bijvoorbeeld emoties en gedachten) en fysieke factoren (bijvoorbeeld ademhaling en spierspanning) beter kan leren beheersen, en daarmee de (sport)prestatie kan verbeteren.

Mentale begeleiding

Er wordt op dit moment in de (amateur)sport weinig gebruik gemaakt van mentale begeleiding door  een sportpsycholoog. Dit kan echter een belangrijke ondersteuning zijn voor het verbeteren van de sportprestatie. Ook als trainer/coach kan je, tot op zekere hoogte, mentale begeleiding voor sporters verzorgen. Denk daarbij aan ontspanningsoefeningen en kennis over  het persoonlijkheidsprofiel (Action Type ©). Voor het aanleren van deze competenties,  is training van een sportpsycholoog aan te raden.

Ik hoor altijd dat het hoofd beslist over prestaties, maar het hoofd wordt nooit getraind. Sportpsychologie is het meest verwaarloosde onderdeel op trainerscursussen. En op de clubs is het helemaal niet van belang. Blessures hebben te maken met de geest, net zoals doelpunten maken. Daar kun je op trainen en over praten. Psychologische analyses en persoonlijkheidsontwikkelingen kunnen doorslaggevend zijn – Jurgen Klinsmann

Wat is mentale vorm?

Net voor een wedstrijd doorloopt een sporter de laatste fase naar een optimale mentale vorm: het optimaliseren van zijn vertrouwen in watwedstrijdspanning, zenuwen hij getraind heeft, in zijn kunnen en in de mogelijkheid dit tijdens de wedstrijd te laten zien. De basis van mentale vorm wordt gevormd door vier elementen:

  • Intrinsieke motivatie; hoe goed is de sporter gemotiveerd? Hoeveel zin heeft hij in de wedstrijd?
    Inzet, doorzettingsvermogen, vechtlust, toewijding, betrokkenheid en overgave zijn enkele eigenschappen die hier een rol in spelen. Het begrip intrinsieke motivatie heeft zowel betrekking op zaken tijdens de training of wedstrijd als op zaken daarbuiten.
  • Competentie; hoeveel zelfvertrouwen heeft de sporter? Hoe competent voelt hij zich tegenover de tegenstander?
    Deze vaardigheid is een belangrijke prestatiebepalende factor in het functioneren als (top)korfballer. Een topper kan niet zonder deze eigenschap. Zelfvertrouwen heeft betrekking op een positief zelfbeeld, weten wat je wel kan en niet kan en het kunnen omgaan met situaties waarin er veel van je verwacht wordt. Het heeft ook betrekking op het voorkomen van faalangst. Het spreekt voor zich dat deze eigenschap zowel binnen als buiten de training of wedstrijd wordt aangesproken.
  • Focus; hoe goed kan de sporter zich op zijn wedstrijddoel focussen?
    Een speler moet zich kunnen focussen op een taak of verantwoordelijkheid. Het voorkomen van fouten lukt indien een talent hoog scoort op deze vaardigheid. In een teamsport als korfbal hangt veel af van de mate waarin spelers zich focussen op hun taak. Deze eigenschap heeft met name betrekking op de trainings- en wedstrijdsituatie.
  • Omgaan met spanning; hoe goed kan de sporter omgaan met spanning?

 

Mentale aspect in relatie tot de korfbaltyperingen

Als we kijken naar de verschillende rollen/taken binnen een vak die tot uiting komen in de typen die Ben Crum heeft onderscheiden, dan zien we ook daar verschillen in mentale aspecten.

Tijger, korfbalDe Tijger is maximaal gemotiveerd om doelpunten te maken en wil zichzelf continu verbeteren. Schieten en scoren staan voor hem centraal. De Tijger heeft veel zelfvertrouwen en kan goed omgaan met druk en stress. Hij is competitief, vlucht niet en verbergt zich niet tussen zijn medespelers. Hij kan zich snel herstellen van tegenslagen, is veerkrachtig en neemt risico’s. Daarnaast stelt de Tijger hoge eisen aan zijn medespelers en verwacht dat zijn medespelers hem begrijpen.

 

Panter, korfbalDe Panter heeft een grote drive om te scoren en wil zijn scoringspercentage continu verbeteren. Hij speelt graag wedstrijden, maar is ook een trainingsdier. Hij is strijdlustig, veerkrachtig en zelfverzekerd. Hij kent zijn/haar rol en zijn/haar sterke punten en beperkingen. De Panter is een stabiele factor, kan omgaan met druk en stress en is geduldig. Hij is dienstbaar aan de doelen van het team en het vak en is attent naar de Tijger en de Wolf.

 

Wolf, korfbalDe Wolf houdt van duelleren en is strijdlustig. De Wolf geeft vertrouwen door haar houding, opstelling en toont de winnaars’ mentaliteit aan de andere spelers in haar vak. Zij is onvermoeibaar en geeft niet op. Ze kan omgaan met stress en inspireert haar vakgenoten. Ze is dienstbaar aan de doelen van het vak en het team. Ze leest het samenspelen van de aanvallers (met name Tijger en Panter) en coacht hen waar en wanneer de aangeef komt. (double tasking). De Wolf is slim en flexible.

 

Beer, korfbalDe Beer houdt van duelleren. Hij geeft vertrouwen door zijn houding, opstelling en toont de winnaars’ mentaliteit aan de spelers in zijn vak. Hij is onverzettelijk en geeft nooit op. Hij kan omgaan met stress en inspireert zijn vakgenoten door zijn standvastigheid. Daarnaast is hij dienstbaar aan de doelen van het vak en het team. De Beer leest het samenspelen van de aanvallers en kan daarbij coachen. (double tasking). Hij is slim en onderkent en leest de bedoelingen van de voorverdediger en kan daarvan profiteren.

 

Action Type

Om als trainer/coach je sporters hierin goed te kunnen begeleiden, is het noodzakelijk inzicht te hebben in de karaktereigenschappen van de sporter en zijn/haar gedrag in specifieke situaties. Er zijn een aantal hulpmiddelen om dit in kaart te brengen waar ik als coach al enkele jaren met veel overtuiging gebruik van maak. De Belbin groepsrollentest geeft inzicht in de rollen die de spelers het liefst binnen een team willen vervullen. In het ideale geval zijn alle rollen vertegenwoordigd binnen een team. De Myer-Briggs Type Indicator is een  test die een globaal beeld geeft over iemands karakter. Daaruit wordt bijvoorbeeld duidelijk of een speler informatie eerder oppikt via zijn zintuigen of meer intuïtief. Ook maakt deze test inzichtelijk of op basis van deze informatie een sporter eerder beslissingen neemt op gevoel dan op rationele gronden.

Bij Action Type © komen al deze aspecten samen. In het boek van Peter Murphy en Jan Huibers wordt minutieus uiteengezet welke verschillende  types er zijn. Elke sporter bezit eigenschappen van al deze 16 typen, maar één of twee van deze typen zijn dominant. Belangrijk is te vermelden dat deze typologie niet gebruikt moet worden voor het selecteren van spelers. Daar zijn vaardigheden immers belangrijker voor.

Vaardigheden trainen

Er zijn een aantal mentale vaardigheden waar een sporter, al dan niet onder begeleiding van een sportpsycholoog, gebruik van zou kunnen maken:

  • Effectief doelen stellen (goalsetting); het geven van richting aan al je activiteiten in de sport
  • Aandacht en concentratie; focussen op jezelf en je taak (aandachtscirkel van Eberspacher)
  • Stresshantering
  • Ademhaling en ontspanning; reguleren van te veel en te weinig lichamelijke en geestelijke spanning
  • Verbeelding; het in gedachten trainen van sporthandelingen (visualiseren)
  • Gedachtencontrole (NLP); ombuigen van negatieve, prestatie belemmerende gedachten naar prestatie bevorderende gedachten:
    Moeten              –           Willen, ervoor kiezen
    Hopen                –           Kunnen
    Als… dan…       –           Durven
    Proberen           –           Doen, gaan doen

Het gevoel dat je als sporter ervaart, laat je zien in je gedrag. Mensen uiten hun gevoelens in de vorm van mentaal, gedachtentraining, sportpsychologie, 4G schemagedrag. En dit gedrag heeft uiteindelijk weer gevolgen. Kortom: gebeurtenis + gedachten = gevoel + gedrag!
Schematisch ziet dit er als volgt uit:

Sportpsycholoog Ad Vos; “In de sport wordt gedrag veroorzaakt door een complex samenspel tussen bewustzijn, gedachten, emoties en motieven in reactie op de omgeving waarin de sporter zich bevindt. In deze omgeving zijn onder meer de uit te voeren taak en het gedrag van de trainer/coach van belang. Gedachten spelen een cruciale rol in dat samenspel en zijn vaak de oorzaak van het niet optimaal presteren. “

Het zijn niet de gebeurtenissen zelf die een sporter negatieve gevoelens bezorgen en daardoor een bepaald gedrag veroorzaken, maar de gekleurde bril waardoor hij de dingen ziet

 

Denkfoutenpositief, negatief, gedachtenpatroon

Veel gemaakte denkfouten zijn bijvoorbeeld:

  • Fanatiek perfectionisme; ‘Ik mag geen fouten maken’. Dit leidt vaak tot extra spanning.
  • Het rampdenken; ‘Als er dit gebeurt dan….’. Dit zorgt voor afleiding van de taak en piekeren.
  • Lage frustratietolerantie; dit is de gedachte dat er niet te veel mag tegenzitten. Deze gedachten leiden ertoe dat een sporter eerder opgeeft.
  • Rechtvaardigheidsgedachte; ‘De wereld moet altijd rechtvaardig zijn’. Deze gedachte levert onnodige irritatie op, bijvoorbeeld bij een verkeerde beslissing van de scheidsrechter.
  • Liefdesjunk; ‘Iedereen moet mij aardig vinden’. Hierdoor zijn veel sporters niet assertief genoeg, zijn ze geen ‘killers’.
  • Overschatting; ‘Ik kan dat wel’.
  • Te hoge lat; ‘Mensen verwachten dit van mij’. Leidt tot spanning, frustratie, uitstelgedrag of boosheid.

 

Print Friendly, PDF & Email