Korfbalspecifieke trainingsmethoden

Na het lezen van het boek “Periodisering in het prof- en amateurvoetbal” van Raymond Verheijen kwam ik tot de conclusie dat een dergelijk model ook toepasbaar is in het korfbal, maar dat we eigenlijk maar wat aanmodderen met onze trainingen als je kijkt naar de opeenvolgende trainingen in de tijd.

Sinds 2012 maak ik gebruik van een teamperiodisering waarbij alle facetten zoals conditioneel, techniek, tactiek en mentaal in de tijd uiteen zijn gezet en waarbij er een logische, graduele toename plaatsvindt in belasting op alle vlakken. Verschillende algemene trainingsmethoden zijn al genoemd, deze zitten echter verwerkt in de korfbalspecifieke trainingsmethoden zoals hieronder beschreven. Ze worden hier echter benoemd vanuit een handelingstheoretische visie.

Handelingstheoretische visie

Op basis van deze handelingstheoretische visie kun je vijf conditionele eigenschappen benoemen voor een korfballer:

  1. Explosief handelen
  2. Volhouden van dit explosief handelen
  3. Snel herstellen van dit explosief handelen
  4. Volhouden van snel herstellen gedurende de hele korfbalwedstrijd
  5. Explosieve en gecoördineerde acties kunnen blijven maken onder vermoeidheid

Explosief handelen

Dit wordt bepaald door verschillende factoren, waaronder het anaerobe alactische energiesysteem. Een explosieve korfbalhandeling zoals bijvoorbeeld het reboundduel, een duel om de bal of de aanzet in het 1 tegen 1 duel vereisen een maximale intensiteit. Het steeds weer opnieuw maximaal kunnen handelen is alleen mogelijk als de korfballer tussen de handelingen door steeds maximaal herstelt. Alleen dan kunnen zij elke volgende handeling steeds weer 100% explosief uitvoeren. Trainingsvormen voor de explosiviteit zijn dus trainingsmethoden met maximale intensiteit, korte arbeidsduur (4-15 seconden) en volledig herstel zoals snelheidsuithoudingsvermogentraining (fosfaatpooltraining en tempotraining) en vooral start- en acceleratievormen.

Een partijvorm 8 tegen 8 is hiervoor niet geschikt, want door het grote aantal spelers wordt er relatief weinig explosief gehandeld in korte tijd. Ook kunnen spelers in dergelijke partijvormen niet maximaal herstellen tussen de explosieve korfbalhandelingen door. Het explosief handelen zal dus met name terugkomen in 1 tegen 1 duel en verschillende oefenvormen waarbij sprints met veel rust aan de orde komen.

Volhouden van dit explosief handelen

Het volhouden van explosief handelen is een belangrijke conditionele eigenschap, omdat een volledige korfbalwedstrijd niet bestaat uit eenmalige explosieve acties. Kortere aanvallen met een of enkele explosieve acties worden afgewisseld met langer durende aanvallen waarbij soms meer dan 5 explosieve acties elkaar opvolgen. Ook naar een eindfase van een wedstrijd waarin de beslissing nog moet vallen is het belangrijk dat een korfballer het explosief handelen nog kan volhouden om zijn tegenstander af te troeven. In fysiologische zin wordt er een beroep gedaan op de grootte van het fosfaatsysteem.

Ook hierbij is de partijvorm 8 tegen 8 niet het meest geschikt. Bij oefenvormen met het accent op sprints met weinig rust is dit wel controleerbaar. Allerlei afwerkvormen zijn hier denkbaar, waarbij de spelers alweer moeten sprinten, passen, schieten en afronden op het moment dat ze nog buiten adem zijn. Gevolg is dat ze steeds minder explosief zullen handelen. Het gevolg is uitputting van het fosfaatsysteem waardoor het lichaam zal reageren door het vergroten van het fosfaatsysteem (trainingsprincipe supercomensatie).

Snel herstellen van dit explosief handelen

Het liefst wil je sneller of vollediger herstellen dan je tegenstander. Hoe sneller een korfballer tijdens de rustmomenten (vooral wanneer de bal zich in het andere vak bevind, maar ook bij het rustig rondspelen van de bal) kan herstellen van de zeer explosieve acties, des te beter hij kan presteren. Het lichaam zal tijdens deze (relatieve) rustmomenten het fosfaatsysteem zo snel mogelijk weer willen aanvullen voor de volgende explosieve acties. Het sneller herstellen vraagt in fysiologische zin activiteit van het aerobe vermogen; het vermogen van het zuurstofsysteem om snel aeroob energie te leveren, om het fosfaatsysteem weer aan te vullen en de ademhaling weer onder controle te krijgen. Veel gebruikte trainingsmethoden hierbij zijn de intensieve duurtraining en extensieve intervaltraining.

Ook voor snel herstellen zijn partijvormen 8 tegen 8 niet het meest ideaal. In verkleinde partijen zoals 2 tegen 2 of het 1 tegen 1 duel is dit wel aan de orde. Doordat er minder medespelers zijn die aan de bal kunnen komen en je zelf kan afwachten, zal je in deze kleine partijvormen vaker moeten handelen. De tijd om te herstellen tussen de handelingen is korter dan gedurende de wedstrijd, waardoor spelers gedwongen worden sneller te herstellen.

Volhouden van snel herstellen gedurende de hele korfbalwedstrijd

Hierbij moet vooral het zuurstofsysteem continu voor een optimale energietoevoer zorgen. Trainingsmethoden waarmee dit getraind kan worden zijn extensieve en intensieve duurtraining. In het verloop van de wedstrijd zullen spelers (al dan niet onder invloed van vermoeidheid) steeds minder vaak handelen. Ze verdedigen een keer niet mee uit of zetten geen druk bij binnenkomst van de bal omdat ze steeds meer tijd nodig hebben om tussendoor te herstellen. Om dit trainbaar te maken kun je de spelers het beste in dezelfde situatie brengen als tijdens de wedstrijd.

Het spelen van partijvormen 4 tegen 4 (met 1 bal) of iets minder intensief 8 tegen 8 (met 1 bal) lenen zich hier uitstekend voor. Door het aanpassen van de arbeidsrustverhouding of het wekelijks verhogen van de arbeidsduur komt het accent in deze partijvormen nadrukkelijker te liggen op het verleggen van grenzen voor wat betreft het volhouden van snel herstellen.

Explosieve en gecoördineerde acties kunnen blijven maken onder vermoeidheid

Wanneer het een zware wedstrijd betreft met langdurende aanvallen dan kunnen we te maken krijgen met ‘verzuring’. We hebben het dan over het anaerobe lactische vermogen. Als korfballer heb je de wedstrijd niet altijd zelf in de hand en kun je door druk van de tegenstander of een langlopende aanval in de ‘verzuring’ terecht komen. Ook kan het tegen bepaalde ploegen handig zijn om een hoog baltempo te hanteren en veel druk te zetten op de ballijnen. Hierbij bestaat de kans dat we de grenzen van ons fosfaatsysteem overschrijden en dat er een beroep gedaan wordt op het lactisch vermogen. Wanneer je het explosief handelen onder vermoeidheid wilt trainen moet dit goed gepland en gedoseerd plaatsvinden, want deze trainingsvormen hebben een lange supercompensatietijd (>3 dagen). Het leidt vaak tot spierpijn en er bestaat een kans op blessures omdat onder vermoeidheid een verminderde coördinatie ontstaat welke de kans op blessures doet toenemen. Daarnaast is er sprake van een negatieve transfer tussen training van het lactische systeem enerzijds en training van het aerobe en anaerobe alactische systeem anderzijds.

Voorbeelden van trainingsmethoden zijn extensieve interval- en intensieve intervaltraining (herhalingstraining, intervaltempotraining) met onvolledig herstel.

 

Trainers zijn verantwoordelijk voor de blessures van spelers en houden niet of nauwelijks rekening met externe factoren – Raymond Verheijen

 

trainingsmethoden periodiseringsmodel

Verschillende trainingsmethoden binnen het periodiseringsmodel van 6 weken (bewerkt overgenomen uit “Periodisering in het amateurvoetbal” door Raymond Verheijen, 2009)

stappen trainingsmethoden in context van het periodiseringsmodel

De stappen binnen de trainingsmethoden in de context van het periodiseringsmodel (bewerkt overgenomen uit “Periodisering in het amateurvoetbal” door Raymond Verheijen, 2009)

Print Friendly, PDF & Email