Periodiseren in teamsporten

Door de drie verschillende competities in het korfbal worden de afzonderlijke periodes driemaal doorlopen, waarbij de voorbereidingsperiode bij de start van de competitie langer duurt in vergelijking met de voorbereidingsperiode voor de zaal en tweede helft veldcompetitie.

Voorbereidingsperiode

In een zeer korte tijd moeten zowel omvang als intensiteit worden opgevoerd tot een relatief hoog niveau. Naast de algemene moeten ook de specifieke eigenschappen worden ontwikkeld. De voorbereidingsperiode wordt onderverdeeld, waardoor subperioden ontstaan waarin via algemene basistraining toegewerkt wordt naar specifieke training.

    Verhouding algemeen/specifiek Conditie Techniek/tactiek Wedstrijden
Algemeen VP 1 65/35 75% 25% 2 wedstrijden
Algemeen/specifiek VP 2 35/65 60% 40% 2-3 wedstrijden
Specifiek VP 3 35/65 40% 60% 2-3 wedstrijden

Ook de grondmotorische eigenschappen zullen in snel tempo aan bod moeten komen. Ook dit dient in een bepaalde volgorde te gebeuren.

opbouw grondmotorische eigenschappen voorbereidingsperiode
De voorbereidingsperiode aan het begin van het seizoen (mesocyclus 1) is verschillend van mesocycli uit de wedstrijdperiode. In deze 1e mesocyclus dient de basis gelegd te worden voor de rest van het seizoen. Vanaf de 1e week dien je zo complex mogelijk te trainen:

  • Een geleidelijke opbouw van alle energiesystemen
  • Een geleidelijke opbouw van algemene en specifieke basiseigenschappen

Via een progressieve en rustige opbouw stijgt het vormpeil minder snel, maar het conditieniveau kan langer aangehouden worden en men werkt zo ook blessurepreventief. Daarnaast dient er steeds aandacht te zijn voor een gedegen opbouw:

  • van CAPACITEIT naar VERMOGEN
  • van OMVANG naar INTENSITEIT
  • van DUUR naar INTERVAL
  • van ALGEMEEN naar SPECIFIEK

Enkele belangrijke factoren om bij aanvang van het nieuwe seizoen rekening te houden zijn het slot van het vorige seizoen (hebben de spelers voldoende en evenveel rust gehad?); blessures (spelers dienen volledig herstelt te zijn van blessures voor ze volledig met de groep mee kunnen trainen); vakantiegangers (start pas met de cyclus als de groep volledig is); leeftijd (jonge tegenover oudere spelers) en conditionele prikkel of overload (ook een oefenwedstrijd kan een conditionele prikkel zijn).

Train zoveel als nodig, niet zoveel als mogelijk – Henk Kraaijenhof

 

De 2e en 3e voorbereidingsperiode vertoont zoals eerder opgemerkt, belangrijke verschillen met de voorbereidingsperiode aan het begin van het seizoen:

  • Verschillend vertrekpunt; de spelers hebben al een deel van het seizoen achter de rug en de onderbreking is korter dan bij de start van het seizoen.
  • Kortere periode; geen tijd voor een lange aanloop door snellere start zaalcompetitie en tweede helft veldcompetitie.

Wedstrijdperiode

De doelstelling tijdens deze periode is de opgedane conditie omzetten in prestaties. De belangrijkste trainingsmethode in deze periode is de wedstrijd zelf. De trainingen dienen zoveel als mogelijk wedstrijdspecifiek te zijn, met een intensieve belasting maar tevens een volledig herstel.
De overloadtraining is nu een middel om de wedstrijd conditioneel voor te bereiden. Bij trainingen op maandag – woensdag – zaterdag (wedstrijd) dient de trainingsprikkel te liggen op maandag. Bij trainingen op dinsdag – donderdag – zaterdag (wedstrijd) dient de trainingsprikkel te liggen op dinsdag.

Overgangsperiode

De overgangsperiode is een relatieve rustperiode en dient ervoor om overtraining te voorkomen. Men kan nu eenmaal niet continu maximaal presteren. Even gas terug nemen is daarom noodzakelijk. In de tussentijdse overgangsperiodes (veld – zaal en zaal – veld) zal er een geleidelijke overgang moeten plaatsvinden naar de voorbereidingsperiode van de volgende competitie. Hierbij dient op een relatief laag niveau getraind te worden.

De zomervakantie sluit het jaarplan af en heeft tot doel het fysiek en mentaal herstellen van de inspanningen van het afgelopen seizoen, met andere woorden het lichaam rust gunnen. Op hoog niveau doet men er slim aan om recuperatiebevorderende activiteiten te ondernemen. Bij de jeugd kan men andere sporten beoefenen zoals tennis, squash, zwemmen of hardlopen.

Print Friendly, PDF & Email