Blessuregevoelige spelsituaties

Om te komen tot een sporttakgerichte advisering is kennis nodig van de meest belastende momenten in de korfbalsport. Een aantal blessuregevoelige spelsituaties zullen hier worden besproken.

Sprongduel

rebounduelHet frequent terugkomende springen vindt meestal in een duelvorm plaats, waarbij lichamelijk contact kan optreden. Balansverstoringen in de lucht kunnen leiden tot een verkeerde landing, met als gevolg acute distorsies van knie of enkel. Het veelvuldig springen leidt ook regelmatig tot overbelastingsklachten van knie en enkel.
Voorbeelden hiervan zijn: retropatellaire chondropathie (knieschijfklachten), apexitis patellae (kniepeesirritatie), achillespeesklachten en MTSS (voorheen shin splints of scheenbeenvliesontsteking genaamd). Dit soort letsels reageert meestal goed op een tijdelijke vermindering van explosieve bewegingsvormen als sprinten en springen, in combinatie met een verbetering van de schokdemping via goed schoeisel en visco-elastische inlegzolen. Aandoeningen van het ligamentum patellae (kniepees) zijn vaak goed te verhelpen door middel van een patellapeesbandje.

Trainers zijn verantwoordelijk voor de blessures van spelers en houden niet of nauwelijks rekening met externe factoren – Raymond Verheijen

Man-to-man-duel

Door de vele draaibewegingen in de knie worden hoge eisen gesteld aan de actieve en passieve stabilisatoren van het gewricht. Door een spierdysbalans kunnen rotatietrauma’s ontstaan, waarbij vooral kniebandletsels optreden. Het bewegingspatroon van zowel aanvaller als verdediger brengt veel kantelbewegingen in het enkelgewricht met zich mee. Enkelbandletsels komen dan ook in de korfbalsport het meest frequent voor. Het gaat hierbij vooral om herhaalde inversietrauma’s (binnenwaartse enkelverzwikkingen) door al eerder gekwetste enkelbanden. De blessurepreventie dient zich dan ook vooral op de recidiverende enkeldistorsies te richten. Een stabiliteitsonderzoek van de enkels is bij een korfballer essentieel. Bij een bestaande ligamentaire laxiteit (vergrote speling) kunnen meerdere adviezen worden gegeven.
Het dragen van ‘hoge’ korfbalschoenen, evenals spierversterkende oefentherapie van de lange onderbeenspieren (peroneusspieren), wordt geadviseerd vanuit blessurepreventief oogpunt. Na een enkelverstuiking is het raadzaam om langdurig te tapen of een enkelbrace aan te schaffen.

Contactblessures

Contactblessures kunnen ontstaan door contact met tegenstanders, bal of korfbalpaal.  Zij hebben een relatief klein aandeel in het totale aantal blessures. Alleen de vingerblessures komen nog wel eens voor. Door verkeerd vangen van de bal kunnen kneuzingen van de interphalangeale gewrichten ontstaan. Deze herstellen meestal traag maar leiden zelden tot langdurig sportverzuim. Functiebeperkingen van de vingers worden bij korfballers dan ook frequent aangetroffen. Tapen van de vingers is daarbij als secundaire preventie zeer effectief.

Overgang veld-zaal en zaal-veld

In de overgangsmaanden oktober/november en maart/april doen zich vaak aanpassingsproblemen voor door verandering van ondergrond. Dit uit zich vooral in hiel- en peesblessures, zoals achillespees- en patellapeesklachten, maar de laatste jaren ook steeds vaker MTSS, vooral in de overgangsfase veld- naar zaalcompetitie. De hardere ondergrond, die vaak een van de veroorzakers is, kan deels worden opgelost door schokabsorberend zaalschoeisel in combinatie met specifieke individuele adviezen.

Bron: bewerkt overgenomen van www.sportzorg.nl

Print Friendly, PDF & Email