Didactiek

Didactiek is de kunst van het onderwijzen, de overdracht van kennis en vaardigheden. Korfballen is een doe sport. Je leert vooral door veel te korfballen. Dat wordt bij de jongste groep bereikt door het monokorfbal. Op een groot veld schep je te weinig voorwaarden om kinderen het korfballen goed onder de knie te laten krijgen. De bedoelingen van het spel zijn voor de spelers niet duidelijk. Veel spelers zijn te weinig bij het spel betrokken, ze zijn te weinig aan de bal. Veel aspecten van het leerproces komen dan niet aan bod.

Wat is de beste manier om iets aan te leren?

Er wordt heel wat geschreven over de beste manier om iemand iets te leren. Twee gezichtspunten staan vaak tegenover elkaar:

  1. —Directief; de coach leert de pupil wat aan. Wat overdreven gezegd: de pupil is materiaal dat in de handen van de coach wordt gevormd. In facetten wordt elk onderdeel van de beweging aangeleerd.
  2. Correctief; de coach treedt corrigerend op bij wat de pupil zichzelf aanleert. In dit geval is de coach veel meer een instrument in de handen van de speler, dat hij gebruikt om te weten te komen of dat wat hij zichzelf leert goed of niet goed is. Deze methode wordt ook wel de feedback-methode genoemd.

Feedback

Je kunt zeggen dat een speler iets goed doet en de speler probeert dat dan te herhalen (positieve feedback), of je zegt dat een speler iets niet goed doet en de speler probeert dat dan te vermijden (negatieve feedback).
De feedback kan vanuit de sporter zelf komen. We spreken dan van interne feedback of bewegingsgevoel. Bij een ervaren korfballer is dit bewegingsgevoel veel beter ontwikkeld dan bij een beginnende korfballer. De ervaren korfballer is in staat een afwijking in de gewenste beweging direct in de daarop volgende poging te corrigeren. De feedback kan ook van buiten komen, voornamelijk van de coach. We spreken dan van externe feedback.

Wees vandaag niet tevreden met hoe je het gisteren hebt aangepakt – Joop Alberda

Didactische vuistregels

Er moet zoveel mogelijk geleerd worden. Er zijn veel basisvormen om korfballen te leren. Maar de trainer/coach zal met deze basisvormen moeten werken. Hij moet in staat zijn door middel van de basisvormen een extra dimensie aan het leerproces te geven. Iedereen heeft daarbij zijn eigen talent en stijl, maar los daarvan zijn er voor iedereen die leiding geeft een aantal basisregels waarlangs het trainen, het aanleren verloopt. Ook wel didactische vuistregels genaamd. De trainer moet zich voorafgaand aan een training een voorstelling kunnen maken van alle aspecten die met het leerproces te maken hebben die bepalend zijn voor het leren. De coach zal zich er van bewust moeten zijn hoe hij de spelers instrueert en coacht. Hij moet zich steeds de vraag stellen: Komt mijn verhaal duidelijk over?

  • Hij verwijst bij zijn uitleg steeds naar de wedstrijdsituatie, noemt precies betrokken spelers en geeft voorbeelden.
  • Hij stelt de groep zo op, of gaat zo staan dat de spelers niet door dingen achter de rug van de trainer (ouders, andere training) worden afgeleid.
  • De groep staat nooit met het gezicht naar de zon.
  • De trainer/coach praat met de wind mee, vooral als hij een grote afstand moet overbruggen.
  • Hij laat het probleem van de coach, het probleem van de spelers worden. Hij laat het de spelers in eigen woorden herhalen.
  • Hij laat merken dat hem niets ontgaat, hij ‘leest’ voortdurend situaties mee.

Positief coachen

De neiging bestaat om spelers alleen maar op hun fouten te wijzen. Al te makkelijk wordt vergeten spelers te zeggen wat ze goed doen en ze hiermee te complimenteren. Nog los van de positieve motivatie die van een positieve houding uitgaat is het essentieel voor de speler te weten wanneer hij iets goed doet zodat hij dat kan blijven herhalen. Bij fouten ben je niet klaar als je verteld hebt wat de speler niet moet doen: je zult duidelijk moeten maken hoe het wel moet.

Systematisch coachen

Geef binnen een training slechts 1 à 2 aandachtspunten, bijvoorbeeld een aandachtspunt per individu en een aandachtspunt voor de ploeg. Vooral een beginnende korfballer heeft bijna al z’n concentratie nodig om met zijn nog beperkte vaardigheden goed mee te kunnen in de groep, zodat hem eenvoudigweg de concentratie ontbreekt om aan veel andere aanwijzingen aandacht te schenken. Blijf nooit te lang met een aandachtspunt bezig. Perfect wordt de beweging nooit, en het is maar de vraag of dit wel nodig is zoals bij techniek besproken wordt. Na enige tijd aandacht te hebben besteed aan een onderdeel is vaak een ander onderdeel het probleem geworden.

sportteam, teamontwikkelingjeugdcoach, voorbeeldrol

 

Print Friendly, PDF & Email