Coaching algemeen

Een coach is een docent, met de korfballers als leerlingen.  Als coach moet je continu beseffen dat jij degene bent die de trainingen plant en regisseert. De spelers volgen de training en zullen hem waarderen afhankelijk van het nut dat deze voor hen had. Belangrijk bij deze waardering is onder andere of het gestelde trainingsdoel is gehaald, hoe efficiënt dit is gebeurd en of de training motiverend is geweest voor de volgende keer.

Leren coachen

Bij het coachen gaat het om het beïnvloeden van de sportbeoefenaar(s) en het begeleiden van ontwikkelingsprocessen. Iedere coach heeft zijn eigen visie en zijn eigen methodes om te bereiken wat hij wil. Wat de perfecte coach moet hebben, of wat hij/zij moet doen, daar zullen altijd de meningen over blijven verschillen. Iedereen die zich met coachen bezig houdt, doet dit met de beste bedoelingen. Natuurlijk heeft coachen heel veel te maken met ervaring, maar je moet ook de capaciteiten hebben om het over te brengen. Spreek de taal van de sporters in je team. Je moet je kunnen verplaatsten in de spelers. Coachen kan je alleen leren, door het te doen.

Coachen is een leuk en uitdagend vak. Iedereen die bereid is kritisch naar zichzelf te kijken, zijn best doet en de kunst verstaat van anderen te leren wordt een goede coach en heeft de kans een topcoach te worden. Slecht coachen kost evenveel tijd als goed coachen maar levert voor jezelf en voor je spelers veel minder op

Stel jezelf eens de volgende vragen:coach, filosofie

  • Bedenk voor jezelf wie je een goede coach vindt, en waarom je dat vindt.
  • Wat voor eigenschappen heeft deze coach, welke methodieken hanteert hij of zij om de spelers te motiveren.
  • Hoe wordt een les of training typisch opgebouwd?
  • Waarom wil ik sporters gaan coachen?
  • Welke doelen wil ik bereiken?
  • Wat is een goede coach?
  • Welk doel stel ik voor mijn team?
  • Wat wil ik hen overbrengen?
  • Wat zijn mijn kernwaarden?

Observeren

Coachen begint eigenlijk met observeren. De coach moet tijdens de trainingen en de wedstrijden goed kunnen waarnemen en onthouden . Een goede concentratie is daarbij van belang. Daar waar toeschouwers kijken naar het directe resultaat, daar dient de coach zich te richten op de oorzaken en gevolgen die dat resultaat aan het eind bepaalt. Het publiek langs de lijn reageert vooral op gevolgen. De coach juist op de oorzaken. Waarom krijgt de hoofdaanvaller amper bespeelbare ballen? Waarom heeft de tegenstander de controle in de verdediging? Het waarnemen (luisteren en kijken) is essentieel voor de coach. De coach moet zich volledig kunnen concentreren op deze zaken.

Als coach heb je tijdens wedstrijden de volgende taken:

  • Analyseren van wedstrijden (eigen team en tegenstanders)
  • Bepalen van opstelling, speelwijze en strategie (leeftijd, niveau en kwaliteiten)
  • Rekening houden met prestatiebeïnvloedende factoren (belangrijke wedstrijd, stress en persoonlijke problemen)
  • Houden van voor-, rust en nabesprekingen
  • Regelen van randvoorwaarden (vervoer, materiaal etc.); waar mogelijk door teambegeleider
  • Coachen van spelers individueel
  • Coachen van team zowel tijdens de wedstrijd als in de rust
  • Wisselen spelers tijdens wedstrijd
  • Evalueren van de wedstrijd met spelers

Vertrouwensband

Het is belangrijk een vertrouwensrelatie aan te gaan met je spelers. Je moet ze onvoorwaardelijk steunen in zowel goede als slechte tijden, begrip tonen, sturen op hun talent en vaardigheden en rekening houden met hun waarden, overtuigingen en belevingen. Je zult je spelers moeten coachen op hun grootste kracht. Dit gebeurd echter maar zelden. Elke sporter wil zijn zelfvertrouwen houden, maar door voortdurend kritiek te krijgen van een coach die alsmaar aan je zwaktes wil werken wordt dit erg lastig. De veronderstelling van authentiek coachen is dat iemands zwaktes vanzelf zullen verbeteren als je als coach helpt zijn sterke kanten nog verder te ontwikkelen.
Daarnaast is het belangrijk in een leertraject dat een sporter zelf ontdekt hoe iets werkt, je zult je spelers dus moeten uitlokken om zelf na te denken en niet alles voorzeggen of uitleggen. Er dient een bewustwordingsproces op gang te komen waar de speler zelf kiest wat hij wil bereiken en daar zelf zijn verantwoordelijkheid in neemt. “Wanneer je een speler alleen maar laat doen wat jij zegt, loop je achter de feiten aan” (Robert Eenhoorn).

Bij het opleiden van korfballers gaat het in het bijzonder om de volgende zaken:

  • Baltechniek (plaatsen, vangen, behendigheid, doorloopbal, afstandschot, bewegend/stilstaand schieten).
  • Lichaamstechniek (lopen, springen, coördinatie).
  • Individuele tactiek (per positie, eigen sterke/zwakke punten).
  • Teamtactiek (aanvallend of verdedigend).
  • Tactiek bij verschillende hoofdmomenten: (balbezit, balverlies, balbezit tegenstander, balverovering).
  • Mentale conditie (omgang met winst/verlies).
  • Fysieke conditie (kracht, lenigheid, uithoudingsvermogen, coördinatie en snelheid).
  • Sociaal gedrag (acceptatie leiding, betrokkenheid).
  • Leervermogen (concentratie, leerbereidheid).
  • Fairplay (sportiviteit binnen en buiten het veld).
  • Doorzettingsvermogen.
  • Groepsgevoel (bereid om elkaar te helpen en te steunen).
  • Elkaar (corrigerend) durven aanspreken.
  • Een gezonde wil om te winnen tonen.
Print Friendly, PDF & Email